zondag 13 januari 2008

Het is op, ik ben leeg. Ik denk dat ik echt op mijn laatste restjes de dagen door kom. Zo moe, zo passief en bij de minste inspanning volkomen knock out. Moeite met concentratie, als ik lees dansen de letters voor mijn ogen. Opvliegers te pas en te onpas. Mijn mond weer helemaal stuk van binnen. Buiten het ziekenhuisbezoek vorige week woensdag heb ik alle dagen in huis en voornamelijk in bed doorgebracht. Alle 'oude bekenden' zijn weer voorbij gekomen of zijn er nog. Vanmorgen om half 7 zelfs nog de VU gebeld omdat ik verhoging had. En weer zo'n pijn van onder. Het is een vast patroon geworden.

Zaterdag leek het nog wel te gaan. Om 3 uur Julia en Fleur bij Ivo en Marjon gebracht want die mochten daar spelen en eten en daarna samen met Frank een boodschap gaan doen. Ik was wel moe maar het ging redelijk. Ik wil er ook wel eens uit. Van alleen maar binnen zitten word je echt niet vrolijk. Naarmate de dag vorderde voelde ik al dat het van onder weer mis ging. Gisteravond begonnen met de Diclofenac en vanmorgen weer één. Vandaag gelukkig geen pijn meer maar half stoned doorgebracht. Alles is zo ontzettend zwaar. Zelfs mijn armen optillen kost me moeite. Ik heb tot half 12 geslapen wat wel weer heel lekker was. Frank maakte me wakker omdat ik mijn medicijnen nog moest nemen. Hij bracht verse jus boven en boterhammetjes. En gelukkig werd ik wakker zonder verhoging. De arts raadde me aan eerst te proberen de koorts met paracetamol te remmen, dat is gelukt. Was dat niet het geval dan moest ik over gaan op de antibiotica. Geruststelling is dat mijn lichaam wel reageert op de paracetamol en dat er geen 'grof geschut' aan te pas hoeft te komen.

Rond een uur of 4 mezelf onder de douche gesleept in de hoop dat ik daar van op zou knappen. En ik wilde even naar buiten om een frisse neus te halen. Even wat zuurstof opsnuiven. Ik zocht een doel en ging op de fiets naar de C1000 om de lege flessen in de glasbak te gooien. Fleurtje achterop. Het was even onwennig op de fiets, helemaal als je zo slap als een vaatdoek bent. Ik realiseer me dat ik echt al heel lang niet meer op die fiets heb gezeten. Het is een stukje van niets maar terug met wind tegen had ik moeite om thuis te komen. Het zijn de bekende laatste loodjes en soms vallen ze zwaar. Steeds vaker krijg ik signalen dat ik enorm ingeleverd heb aan conditie en kracht. Flessen open draaien kost me moeite. Ik moet voor mijn gevoel enorm veel kracht in mijn wijsvinger zetten om deodorant op de spuiten. Of zal dat aan de spuitbus liggen? Een blikje open maken met de blikopener. En zo zijn er nog veel meer kleine vanzelfsprekende dingen die moeizaam gaan. Hoe vaak ik de laatste weken niet wat uit mijn handen heb laten vallen, vooral glazen.

Nog maar 1 kuur, nog maar 1 keer alle bijwerkingen doorstaan. Dat hou ik mezelf maar voor. En elke dag is weer anders. Ik doe wat ik kan en kan ik niets, dan doe ik ook niets. Ik geef me over. Ik probeer de dagen zo goed mogelijk door te komen voor mezelf. Meer kan ik ook niet doen.