maandag 24 september 2007

Maandagochtend, samen met papa in de auto naar de Vu. Ik rij zelf want ik voel me prima. Het is verschrikkelijk druk op de weg en we doen er ruim anderhalf uur over om op de plaats van bestemming te komen. Gelukkig maakt dat niet uit, ze doen daar totaal niet moeilijk over. Ik ga eerst langs het lab. Ik begin de ‘prikkers’ daar al te kennen en word vaak door dezelfde jongen geholpen. Het is maar één buisje deze keer en we gaan snel door naar de afdeling Hematologie. Ik laat mijn vader even zien waar alles gebeurt en we halen een kopje thee en een warme chocomel. We nemen plaats in de wachtkamer, het is ontzettend druk. Het duurt bijna 2 uur voordat we aan de beurt zijn. Mijn vader heeft meteen de hoofdprijs om het zo maar te zeggen. Ik zei al gekscherend, jíj gaat vast niet meer mee. Maar toch gaan die 2 uur wel snel voorbij voor mijn gevoel. Dan word ik opgeroepen. Het eerste wat de arts me vraagt is of ik last heb gehad van botpijn. Ik antwoord: ja, net als de vorige keer alleen begon het nu een dag eerder. Nou, zegt ze, dat geloof ik wel. Moet je eens kijken. Je beenmerg is bijna vertienvoudigd. Waar jouw waarde normaal gesproken rond de 11 à 13 is, is het nu 83! Ondanks dat het onderdeel uit maakt van je kuur, denk ik dat ik moet overleggen met de professor of we de dosis niet moeten halveren want dit is te gek. Ik kan me voorstellen dat je pijn hebt gehad. Laat die laatste prik ook maar zitten, die hoeft vanavond niet meer. Mijn HB is keurig; 7.5, dat komt natuurlijk door het nieuwe bloed.

Verder vraagt ze hoe het met me gaat en ik antwoord dat het prima gaat. Ze schrijft het met grote letters en een uitroepteken in mijn dossier. Ik vraag haar of ik nu een uitzondering ben, omdat ik me eigenlijk alleen maar beter voel. Ze zegt dat het echt heel verschillend is. Er zijn mensen die de BEACOPP kuur volgen die dood en doodziek zijn maar ook weer mensen die er redelijk door heen lopen. Daar ben ik er vast één van.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om even op te noemen dat ik me zorgen maak om Fleur. Fleur heeft namelijk al bijna 2 weken ernstige jeuk op haar hoofd. De eerste dagen controleerde ik haar steeds omdat ik bang was dat ze misschien hoofdluis heeft maar er zitten echt geen beestjes. Ook ligt ze ’s nachts zo ontzettend te zweten. Als wij voor het slapen gaan nog even bij haar gaan kijken, is ze vaak kletsnat van het zweet en plakken haar haartjes in haar gezicht. En jeuk en zweten ……. daar worden Frank en ik nu echt niet blij van. De arts vraagt me eerst hoe oud ze is dus ik zeg dat ze volgende week 5 wordt. Dan zegt de arts dat de kans dat deze vorm van kanker 2 x in een zelfde gezin voorkomt zo ontzettend klein is dat het bijna niet mogelijk is. We moeten ook niet vergeten dat het ’s nachts erg klammig is deze dagen en dat dat een oorzaak van het zweten kan zijn. Ze is zelf ook moeder dus ze snapt mijn bezorgdheid. Eet ze goed?, vraagt ze. Ik zeg dat ze matig eet maar dat altijd al doet dus wat dat aangaat geen verandering. Ook is ze verder nooit ziek. Ik moet me er maar geen zorgen om maken zegt de arts.

Eigenlijk sta ik na 5 minuten weer buiten. Mijn vader en ik gaan samen een broodje eten in het restaurant want het is al half 1. Als we weg willen gaan regent het pijpenstelen. We besluiten om het pendelbusje te pakken naar het parkeerterrein want we hebben geen paraplu en ik wil niet dat mijn pruik verregent. We zijn rond kwart voor 2 weer in Heiloo, toch al met al 5 en een half uur onderweg. Ik ga even languit op de bank. Vanavond ga ik uit eten met Yvon, mijn ex-collega van Sony. We hebben elkaar al heel lang niet meer gezien en gesproken dus we hebben echt veel bij te praten.

Wat was het heerlijk om haar weer te zien, ik heb haar echt gemist. We hebben 3 jaar lang lief en leed gedeeld op een kantoor dus kennen elkaar door en door. De laatste tijd verwaterde het contact een beetje maar het is nu net of we elkaar vorige week nog gezien en gesproken hebben. Zitten we daar aan een tafeltje met een groot bord met verschillende voorgerechten voor twee, te eten, te huilen en te lachen. Alles tegelijk. Er was zoveel te bespreken en het was zo ontzettend gezellig. We gaan echt weer contact houden!

Nu eindelijk thuis, voldaan maar ook moe, echt moe. Ik ga lekker mijn bedje opzoeken. Morgen doe ik helemaal niets, dat neem ik me nu al voor. Ik heb overal pijn, vooral in mijn benen en armen maar dat zal wel door de beenmerg explosie komen. Morgen ga ik echt rust houden.