maandag 10 september 2007

Ondanks dat het half 8 is als ik wakker word op zondag, heb ik maar 4 uur geslapen en ik ben gebroken. Ik voel het nu echt, mijn ogen branden, heb een zere keel en een moe lichaam. Deze middag moet ik echt gaan liggen en slaap inhalen want morgen moet ik wel fit zijn.

Ik laat dit weekend even langs mijn gedachten passeren. Wat ik gisteren niet heb gemeld is dat Frank en ik, voor het eerst in deze hele periode, weer eens woorden hebben gehad. Of laat ik het anders zeggen; Frank had woorden en ik luisterde eigenlijk alleen maar. Het was zaterdag tussen de middag. Het hele huis is echt een puinhoop, er is een week lang niets meer gedaan. Overal ligt troep vooral boven. Kleren liggen her en der verspreid, de was is echt niet te overzien en Frank loop te mopperen. Op mij, dat ik echt alles overal laat slingeren, op de meiden die ook nooit hun troep opruimen. Hij is het echt even zat. Ook op zolder als ik weer achter de computer zit en hij de was aan het sorteren is, hebben we hier woorden over. Jezus Lin, als je dan een keer een goede dag hebt, dan kun je ook wel eens overwegen om mij hier een beetje te gaan helpen. Ik doe het nu allemaal alleen en jij zit maar achter die computer, als het zo door gaat ben ik er goed klaar mee. Ondertussen, heel irritant maar vast ook heel herkenbaar voor anderen, praten de kinderen continu door onze discussie heen. Mama, mama, mamaaaaaaaa, nu wil ik praten. Even stil! Nu is mama met papa aan het praten. Ook hebben ze via de oproep: ‘help Fleur aan een kaart’, allebei al post gekregen waaronder ook van die kaarten dat als je ze open trekt er veel geluid uit komt met gekke stemmetjes (én bedankt Marjon! we zijn hier knettergek aan het worden, ha ha). Fleur trekt steeds haar kaart open en we horen alleen maar heel hard: hello, hai, hellloooo, in zo’n heel irritant tekenfilm-achtig stemmetje. We worden er gek van want wij hebben op dit moment echt een discussie. En dan trekt Frank het niet meer, hij begint te schelden, ik zie dat hij er helemaal klaar mee is en ik hoor: bekijk het maar, ík ga naar Ferry een bakkie doen. Hij laat de boel de boel en loopt weg. Inwendig moet ik grinniken, daar gaat een gefrustreerde ‘huisvrouw’ die even naar de ‘buurvrouw’ gaat om daar aan tafel lekker te kunnen klagen. Maar ik weet ook dat hij gelijk heeft, ik heb in het hele proces van ‘loslaten’ alles nu iets te letterlijk los gelaten. Natuurlijk kan ik hem ook best helpen. Als ik kan shoppen, naar mijn werk gaan, en andere leuke dingen doen, dan kan ik ook best iets oppakken in het huishouden. Ik overdenk het allemaal en neem me voor iets actiever deel te nemen aan ons huishouden.

Met dit in mijn achterhoofd laat ik de computer even voor wat hij is en begin ik de zolder op te ruimen. Frank ligt nog lekker te slapen. Er ligt inderdaad enorm veel was. Ik vouw alles netjes op, berg het op in de kasten, gooi er een was in. Ik ben eigenlijk heel lekker bezig. Vervolgens ruim ik mijn kast op, die is ook echt niet om aan te zien. Ik haal radicaal de bezem door de kast. Alles wat oud is of veel te groot en tegen die tijd dat ik het weer aan kan, vast uit de mode, gooi ik op een stapel op de grond. Ik heb uiteindelijk 3 zakken vol want ondertussen is Frank naar boven gekomen en aangestoken door mijn opruimwoede. Ook hij maakt schoon schip in zijn kast. Zo zeg ik, dat ruimt op, dit gaan we vanmiddag meteen naar die mensen brengen die altijd naar Polen gaan met een vrachtwagen vol met spullen. De mensen daar kunnen het goed gebruiken. Frank vindt het aan de ene kant een beetje moeilijk. Het zijn allemaal mooie spullen van Boss, Hilfiger, Scapa. Kunnen we er hier niet iemand blij mee maken? Ik zeg, wie moeten we hier nu blij maken met kleding? We hebben het toch allemaal goed. Joh, dan lopen ze er daar ook een keer knap bij. Uiteindelijk haalt hij zijn schouders op, je hebt nog gelijk ook.

Om 12 uur komen Ivo en Marjon en Arnout en Noelle met de kinderen bij ons. Ik heb ze zelf uitgenodigd. Ik vind het ook wel weer eens leuk om bij ons aan de grote tafel te zitten met elkaar. We doen lekker koffie en thee en de kinderen spelen boven. Nu kan het nog zeg ik tegen ze. Als ze weggaan ga ik naar bed en Frank gaat opruimen. Vandaag doen we lekker relaxed. ’s Avonds eten we bij mijn ouders.

Na het eten krijg ik de schrik van mijn leven. We zitten op de bank en kijken naar de tv. Julia heeft een dropje in haar mond. Op een gegeven moment zie ik Frank opspringen en hij grijpt Juul vast. Het kind stikt in het dropje. Ze snakt naar adem en kokhalst de hele tijd maar het komt niet los. Ik schrik me wezenloos en raak in paniek, ik zie dat kind gewoon stikken. Frank grijpt haar kordaat vast en past tot 3 x de Heimlich greep toe. Dan valt het dropje op het kleed en begint ze te hoesten en te huilen. Ik sta vastgenageld aan de grond. Als niemand had ingegrepen had ze gewoon kunnen stikken. Ik neem haar direct op schoot, ze huilt en is vreselijk geschrokken. Ook haar buikje doet pijn want Frank heeft haar goed te pakken gehad. We leggen haar uit wat er is gebeurt en dat papa dat echt moest doen. Ik ben zo blij dat Frank direct door had wat er gebeurde en ook intuïtief meteen goed handelde. Ik krijg het beeld gewoon niet meer van mijn netvlies. Ik hou haar heel lang stevig vast en ze blijft zeker een kwartier huilen. Het heeft op haar ook enorme indruk gemaakt. In mijn ogen heeft Frank haar leven gered. Ik probeer er niet aan te denken wat er had kunnen gebeuren als hij niet had ingegrepen. Het zal je toch gebeuren ………

Ik ben door dit hele voorval met Juul ook min of meer vergeten dat morgen weer spannend is en ik maak me er totaal niet druk om. Ik heb meer zoiets van ‘kom maar op, ik ben er klaar voor’.