Maandag, 10 september 2007 ……. D-day.
Daar gaan we weer in de auto naar de VU. Eerst langs het lab voor bloed en dan door naar de arts. We moeten zoals gewoonlijk in de wachtkamer minimaal een half uur wachten en ik zit een beetje voor me uit te kijken en besluit dat ik pruiken ga spotten. Ik kijk om me heen naar de vrouwen die er zitten en zie zo op het eerste gezicht niets, maar als je goed kijkt en je weet waar je op moet letten zie je toch een aantal dames zitten met een kort kapsel waarvan je kunt zien dat ze een pruik op hebben. Leuk spelletje!
We worden opgehaald door een vrouwelijke arts want Dr. Visser is op vakantie. Een ontzettend aardige vrouw. We hebben een goed gesprek met haar en ze geeft ons nog meer informatie. Ik vraag direct naar mijn hart en spreek mijn angst uit dat ik een hartverlamming krijg. Ze neemt mijn bloeddruk op, die is prima 120/70 en ze neemt die angst meteen weg door me te zeggen dat ik net zoveel kans heb op een hartverlamming als zij en dat zij dus geen hartpatiënten in de familie heeft dus niet erfelijk is belast. Dat wilde ik horen en ik zet het vanaf nu ook echt uit mijn hoofd. Dan mag ik op de weegschaal. Ik weeg daar met kleren en laarzen aan 61.8, een prachtig gewicht want toen ik aan de eerste kuur begon woog ik 61.5. Ook vragen we of ik, als ik deze keer goed op de Prednison heb gereageerd, er uit van uit mag gaan dat dat iedere keer zo is. Ze zegt dat dat zeer waarschijnlijk is. Da’s mooi! Ze vraagt ook aan me of ik nog een beetje slaap ’s nachts. Ik antwoord dus van niet en ze zegt dat ze daar weinig aan kan doen. Ze adviseert me om de Prednison ’s ochtends zo vroeg mogelijk in te nemen. Ook schrijft ze nog een recept uit voor slaappillen. Mijn bloedwaardes zijn goed, geen verontrustende waardes dus dat is ook positief.
Dan door naar de chemo afdeling. We worden weer hartelijk begroet en met minimale angst krijg ik mijn infuus. Ik ga hier toch nog gewend aan raken en minder bang voor worden. De zakjes druppelen weer naar binnen en ik ervaar alles precies zoals de vorige keer. Ik voel dat ene zakje behoorlijk binnen komen in mijn neus en hoofd en als we klaar zijn, en we lopen op de gang zegt Frank tegen me: Lin, wat zie je er uit. Ik zie je in ene veranderen. Ik voelde al een druk op mijn ogen en een raar hoofd maar hij zegt tegen me dat ik heel grauw ben in mijn gezicht en dat mijn ogen gewoon naar beneden hangen. Heel apart. Zoals hij me beschrijft, zo voel ik me precies. De misselijkheid slaat ook meteen toe. Maar het is allemaal goed te doen. ’s Avonds ben ik in afwachting van dat watterige hoofd met gloeiende wangen en een koortsig gevoel maar dat blijft uit. Ik blijf me hetzelfde voelen als dat ik me voelde toen we klaar waren in het ziekenhuis. Ik heb wel af en toen een gevoelige ader in mijn arm waar het infuus zat en de duizeligheid komt ook weer opzetten. We gaan op tijd naar bed en ik voel me ook moe maar het was al te verwachten, klaar en klaar wakker.
Maar, de eerste dag van de kuur valt dus alles mee en ik krijg er steeds meer vertrouwen in dat ik deze 2e kuur weer heel goed ga doorlopen. We zijn nu preventief bezig met extra braak- en misselijkheid remmers dus misschien ga ik deze keer het wel spugen overslaan. Dat zou helemaal mooi zijn maar dat is iets wat we af moeten wachten.
Ik neem een slaappil en hoop dat ik toch nog in slaap val.
dinsdag 11 september 2007
Abonneren op:
Posts (Atom)
